Vaarplan ABC'tje
Van vrijdag t/m zondag roeien op het IJsselmeer, een stukje Waddenzee en als eindbestemming Urk. Daarvoor hadden we samen met schipper Rob Peetoom een top vaarplan gemaakt. We hadden de koers, wind en stroming zorgvuldig in kaart gebracht en hadden er zin in. In de loop van de week bleek de wind op het IJsselmeer steviger te worden en daarom maakten we plan B: het Markermeer. Nog steeds was de eindbestemming Urk. Een dag voor vertrek overlegden we nog even met oceaanroeier Mark Slats, de bouwer van de Braveheart. Zijn oordeel was helder: “Niet doen.” Daar ging plan B. Op naar plan C: het Ketelmeer. Kleiner meer, minder wind, voldoende ruimte om te navigeren, te werken met de stuurautomaat en te oefenen met alles wat we op de oceaan moeten kunnen. Nog steeds was de eindbestemming Urk, met een omweg inmiddels. Tot opnieuw de wind zich ermee ging bemoeien.
Weer geen geluk op het Zwartemeer
Met windkracht 3 – 5 uit het westen, vertrokken we vanuit Zwartsluis richting het Zwartemeer. Pal tegen de wind in moesten we volle bak roeien. We voelden de blaren groeien in onze handpalmen. Hoe dichter we bij het meer kwamen, hoe duidelijker het werd dat de wind andere plannen had. De stuurtouwen sneden in Trea’s handen, terwijl ze de Braveheart richting de smalle doorgang tussen harde houten meerpalen stuurde, met daarachter de smalle vaargeul over het Zwartemeer. En daar kreeg de wind ons vol van opzij te pakken. De boot viel bijna stil en zonder snelheid werkt het roer niet. Trea kon trekken aan de stuurtouwen wat ze wilde, we werden richting het riet geblazen. “Stuurboord sterk!” riep Trea boven de wind uit. Carla en Ineke hingen met alles wat ze hadden aan de stuurboordriemen en geloof het of niet, de boot kwam weer net voldoende in beweging om het roer te laten werken. De boeg draaide vanzelf terug richting Zwartsluis. We keken elkaar aan. Eén keer vastlopen op het Zwartemeer was genoeg. We besloten het lot niet nog eens uit te dagen. Na tweeënhalf uur ploeteren waren we met de wind in de rug in een half uur weer terug waar we begonnen waren: Zwartsluis.
Vaarplan D
Aan boord maakten we een gevriesdroogde pastamaaltijd én vaarplan D. “Zullen we naar Dalfsen gaan?” stelde Carla voor. De wind-app en de vaarkaart werden erbij gepakt en dat leek goed haalbaar. Met een gevulde maag, nieuwe energie en de wind grotendeels in de rug roeiden we over het Zwartewater, langs Hasselt, richting Zwolle en de Overijsselse Vecht op. Wat is de Vecht toch prachtig. Groene oevers. Koeien die je aanstaren als je langs roeit. Ganzen en eenden die zich snaterend en gakkend uit de voeten maken als we aan komen roeien en voorbij elke bocht weer een prachtig nieuw uitzicht. En rust. Nou ja, rust… We roeiden in shifts van 2 uur roeien, 1 uur sturen en ook aan het roer moesten we dit weekend hard werken. Normaal kun je tijdens je stuurshift nog wel eens op je gemak iets eten of drinken of een paar foto’s maken terwijl je de stuurlijnen even loslaat. Dit weekend niet. Zodra je de touwtjes even liet vieren, besloot de wind onmiddellijk onze koers te wijzigen. En dat was niet altijd waar wij heen wilden.
Lepeltje lepeltje
Rond acht uur ’s avonds bereikten we de schutsluis Vechterweerd een paar kilometer voor Dalfsen. Daar legden we aan voor de nacht. Op binnenwater roeien we niet in het donker, dus slapen we allemaal tegelijk. En dat is minder ontspannen dan het klinkt. Ineke en Trea delen een hut en dat betekent: lepeltje-lepeltje slapen. Als Ineke zich omdraait, moet Trea mee. En andersom. Gezellig? Absoluut. Uitgerust en uitgeslapen? Mwoaah… De volgende ochtend om half 9 was de sluiswachter er. Schutsluis Vechterweerd wordt nog altijd handmatig bediend en samen met de stuw en de vistrap vormt het een prachtig karakteristiek onderdeel van de Overijsselse Vecht.
Warm welkom in Dalfsen
Na een uurtje lekker roeien met wind mee bereikten we Dalfsen, Trea’s hometown. Op de kade was het gezellig druk. Er lagen drie prachtige Vechtzompen te schitteren in de zon, klaar voor vertrek. Deze historische platbodems vervoerden vroeger vracht over de Vecht en vormen tegenwoordig het varende erfgoed van het Vechtdal. De bemanningen kwamen kijken naar onze oceaanroeiboot, met in hun kielzog burgemeester Michael Sijbom, zijn vrouw en wethouder Jan Uitslag. Er stond een bijzondere tocht gepland voor mensen met een beperking op de drie Vechtzompen van Dalfsen naar schutsluis Vechterweerd en weer terug. Het was een feestje op de kade terwijl de zompen uitgezwaaid werden. Wij zwaaiden mee. En natuurlijk kwam ook Trea’s moeder even kijken, want zo vaak ligt onze oceaanroeiboot tenslotte niet in Dalfsen. Ze trakteerde ons op koffie bij Grandcafé de Fabriek, waar we een half jaar geleden nog genoten van een geweldig benefietdiner.
Windkracht Vecht
Na de koffie besloten we terug richting de sluis te roeien. We wisten dat we de wind tegen zouden hebben, dus wilden we alle tijd hebben om tegen de wind in op zondag weer in Zwartsluis aan te komen. De wind trok opnieuw aan, maar de Vecht is smal, dus we verwachtten dat we wat beschutter tegen de wind in konden roeien. De werkelijkheid was anders. In de eerste bocht greep de wind de Braveheart opnieuw en draaide ons recht op het riet af. Opnieuw vol aan de riemen en alles geven met onze ogen strak gericht op de snelheidsmeter, omdat we weten: zodra de wind onze snelheid onder 1 knoop weet te krijgen, zijn we praktisch stuurloos. Dan moeten we sturen op de riemen in plaats van het roer. Dus zodra de snelheidsmeter die kant op kroop, moesten we harder trekken. Op de Vecht stonden inmiddels schuimkoppen en dat zie je niet elke dag.
Zompen in zicht
Na ruim een uur ploeteren zagen we ze weer. De prachtige Vechtzompen op de terugweg naar Dalfsen. Wauw, zo gaaf! De historische vrachtschepen die onze moderne oceaanroeiboot tegemoet voeren. Er werd naar ons gezwaaid en gejuicht. Dat was precies wat we op dat moment nodig hadden. Met kippenvel en een grijns van oor tot oor trokken we nog net iets harder aan onze riemen.
Overgeven aan de elementen
Niet veel later moesten we toegeven dat de wind sterker was dan wij. En opnieuw maakten we rechtsomkeert. Terug naar Dalfsen en een nieuw vaarplan: plan E (of was het al F inmiddels?). Weer de kaarten en weer-apps erbij gepakt en de wind zou die dag, maar ook de volgende dag niet veel beter worden, dus werd de eindbestemming Ommen. Peter gebeld en ja, hij wilde ons én onze boot ophalen in Ommen (topper!!). De sluiswachter gebeld en ja, schutsluis Vilsteren tussen Dalfsen en Ommen werd nog lang genoeg bemand. De havenmeester van watersportvereniging en jachthaven WSV De Vechtstreek Ommen gebeld en ja, natuurlijk mochten we met onze roeiboot gebruikmaken van de boothelling. Alle seinen stonden op groen voor het laatste stukje van ons roeiweekend.
Samen kom je verder
De tocht naar Ommen was opnieuw prachtig, ondanks de fikse regenbuien en de wind die stevig bleef. Opnieuw uitschieters naar kracht 6 en schuimkopjes op de Vecht roeiden we achter de Ommer Vechtzomp en de Vechtzomp Grammesberghe aan, die beiden weer op weg waren naar hun thuishavens. Aan het eind van de middag kwamen we aan bij de gezellige haven aan de Vecht, op loopafstand van het centrum van Ommen. We snapten direct waarom deze haven populair is bij recreanten. Een mooie havenkom, een trailerhelling, alle voorzieningen die je als watersporter nodig hebt en vanaf het water kijk je uit op het groene Vechtdal. Terwijl de wind nog steeds over het water joeg, werden wij opgewacht door havenmeesters Robert en Gerben en onze eigen technische man Peter met de trailer die al klaarlag in de boothelling. We konden de Braveheart er zo op roeien. Maar opnieuw nam de wind de regie over. Gelukkig lag daar de Ommer Vechtzomp, die inmiddels weer in haar thuishaven aangekomen was. De schipper van de zomp nam onze oceaanroeiboot langszij en bracht ons naar de helling, waar Peter, Robert en Gerben ons opwachtten. Met een snoekduik waar het Nederlands elftal jaloers op zou zijn, greep Peter de lijnen en met man en macht kregen we de boot uiteindelijk op de trailer. Wat waren we blij met het warme welkom, de helpende handen en de oprechte interesse in ons verhaal dat ons ten deel viel in Ommen.
We zijn dankbaar voor alle hulp en support die we onderweg steeds weer krijgen, van zoveel mensen op zoveel manieren. Dat is de mooiste les van dit avontuur: alleen kun je veel, maar samen kom je verder.
Waarom gaan jullie met windkracht 6 niet de zee of het IJsselmeer op? Op de oceaan waait het toch veel harder?
Die vraag krijgen we regelmatig. En het antwoord is heel simpel: omdat veiligheid voorop staat. Niet alleen op de oceaan, maar ook op de hele lange weg ernaartoe.
Onze boot is nu nog relatief licht en vatbaarder voor windvlagen. Op de oceaan ligt hij veel zwaarder in het water doordat elke beschikbare centimeter gevuld is met apparatuur, voedsel, reserveonderdelen, veiligheidsmateriaal, enz.
Op binnenwater, maar ook op het IJsselmeer, is weinig ruimte om fouten te maken door bijvoorbeeld: wallen en kades, vaargeulen, bruggen, sluizen, boeien, ondieptes, plezier- en beroepsvaart, visfuiken, windmolens. Als we een paar meter verwaaien, kan dat direct problemen opleveren. Tel daar alle regels bij op hoe je moet varen en waar je wel en niet kan of mag varen en een fout is snel gemaakt. Op de Noordzee moet je ook nog eens oppassen dat je niet per ongeluk de branding in geblazen wordt, want dat betekent: kapseizen of stranden tussen de badgasten op Zandvoort. Met alle mogelijke schade en kosten van een reddingsactie van de kustwacht.
Zodra we de Canarische eilanden achter ons laten en op de Atlantische Oceaan zijn, zijn er geen rietkragen, sluizen, bruggen, boeien, visfuiken of een boothelling waar we in moeten manoeuvreren. Er is alleen water, heel veel water. Als we door de wind vijf kilometer uit koers raken op een tocht van vijfduizend kilometer, is dat geen ramp. Dat corrigeren we later weer. En als het echt zwaar weer wordt, kunnen we het para-anker uitgooien en de storm uitzitten. Dat doe je niet midden op het IJsselmeer of in de drukke scheepvaart van de Noordzee.
Dus ja. Soms blijven we aan wal en trainen we in deBox038 of thuis op ons roeiapparaat, soms passen we ons vaarplan drie keer aan en vaak eindigt ons roeiweekend heel anders dan gedacht. En precies daarom trainen we zoveel als we kunnen en waar we maar kunnen. Want de oceaan geeft geen tweede kans aan mensen die denken dat ze alles al weten.
Gelukkig leren we graag.



